KomenskyPost info, Laaggeletterdheid

Kees Vernooy beantwoordt tien vragen over laaggeletterdheid en leesonderwijs

Is de motivatie van leerlingen de belangrijkste drijfveer voor goed leesonderwijs (zoals onderstaande ingezonden brief in de Volkskrant suggereert).

Er is wetenschappelijke consensus dat gemotiveerde lezers veel betere lezers zijn. Gemotiveerde lezers lezen meer en verwerven een grotere woordenschat en zijn daardoor beter begrijpende lezers. Vanaf 2000 behoren Nederlandse kinderen tot de minst gemotiveerde lezers in de wereld. Vooral Nederlandse jongens hebben in vergelijking met de rest van de wereld een opvallende hekel aan lezen. Kortom: leesmotivatie draagt in belangrijke mate bij aan de leesresultaten en het schoolsucces van leerlingen (Guthrie e.a. 2016). Motivatie is belangrijk, maar niet het aller belangrijkste. Leerlingen moeten zich competent, vaardig voelen met lezen. Is dit niet het geval dan neemt de motivatie om te lezen af of is soms helemaal niet aanwezig. Iets waar je niet goed in bent, doe je meestal niet gemotiveerd. Overigens: de demotivatie begint al vroeg. De literatuur toont, dat ongemotiveerde zwakke lezers reeds aan het begin van de schoolloopbaan achter zijn op hun klasgenoten en achter zullen blijven als er geen succesvolle interventies in het begin van het onderwijs plaatsvinden (Hedges & Gable, 2014).

ingezonden brief in de Volkskrant van maandag 3 juni 2019:

Laaggeletterdheid

‘Vernooy doet al jaren onderzoek naar leesonderwijs en blijkt doorgaans gelijk te hebben’, schrijft Aleid Truijens (Opinie, 1 juni), en ’18 procent van de 15-jarigen is laaggeletterd’. De conclusie: er mankeert van alles aan ‘instructie op de basisschool en aan oefening’.

Mijn conclusie wijkt af. Ik heb jaren in het basisonderwijs in de educatie (alfabetiseringsprojecten) leesinstructie gegeven. Wat écht werkt om kinderen en volwassenen beter te laten lezen: motiveer ze. Laat ze lezen wat zij interessant vinden, lees veel voor en laat ze ervaren dat lezen je wereld groter maakt. Door het eindeloos oefenen van saaie rijtjes woorden raken kinderen gedemotiveerd, en krijgen ze een hekel aan boeken.

Natuurlijk moet je een paar minuten per dag rijtjes oefenen. Maar door snuffelen in de bibliotheek, zoeken naar de boeken die jij boeiend vindt en luisteren naar iemand die voorleest, blijft het kind lezen en dus oefenen. Boeiende literatuurlessen in het voortgezet onderwijs, ook op het vmbo, creëren lezers.

Ineke van Haastrecht, Hoofddorp

Is een klassikale aanpak voor technisch lezen noodzakelijk?

Met een klassikale aanpak wordt een methode genoemd die doelgerichte aandacht besteedt om van kinderen vloeiende lezers te maken. Is een leraar zeer deskundig op het gebied van technisch lezen, dan heeft zij misschien geen methode nodig. In de praktijk hebben de meeste leraren een methode nodig om van kinderen zelfstandige vloeiende lezers te maken, onder andere vanwege de opbouw die technisch lezen kent en vanwege de belangrijke rol van de automatisering.

Kan een zwakke leerkracht met een goed methode toch succes hebben?

Daar wordt verschillend over gedacht. Mommers zei altijd: ik heb Veilig Leren Lezen (VLL) gemaakt voor gemiddelde leraren, maar een echt zwakke leraar, die bijvoorbeeld onvoldoende leeskennis of klassenmanagement heeft, en dat is mijn ervaring, doet het ook met een goede methode niet goed.

Zijn er schoolmethoden die voor aanvankelijk en technische lezen er positief uitspringen?

In wezen bezitten de twee meest gebruikte methoden voor leren lezen, namelijk VLL en Lijn 3, goede elementen. Een probleem is, en daar hebben leraren last van, dat ze vrij omvangrijk zijn geworden. Die ballast belemmert nogal eens de effectiviteit van het leesonderwijs.

Is leesonderwijs in groep 3 (aanvankelijk lezen) mogelijk in een heterogene groep?

Kijk ik naar onderzoek, dan is juist voor potentiële risicoleerlingen van belang, dat ze leesonderwijs in een heterogene groep krijgen. Deze leerlingen profiteren van betere leerlingen in hun omgeving; bovendien zijn de verwachtingen van de leraren in een heterogene groep dikwijls hoger.

Moet technisch lezen niet structureel in het curriculum voor het basisonderwijs worden beschreven?

Daar is wel iets voor te zeggen. Technisch lezen is namelijk een belangrijke pijler voor het begrijpend lezen. Leest een kind onvoldoende vlot, dan heeft dat meestal negatieve gevolgen voor het begrijpend lezen. Daarnaast laten een aantal onderzoeken uit de afgelopen jaren zien, zoals onder andere van Nielen (2016), dat onvoldoende onderhouden van het technisch lezen na groep 6 ook negatieve effecten voor het begrijpend lezen en de leesmotivatie heeft.

Wordt in de opleiding van de leraar het aanvankelijk en technisch lezen wel voldoende behandeld?

Dat is lastig te beoordelen, omdat PABO’s sterk van elkaar verschillen. Er moet aandacht aan het leren lezen worden besteed, maar de vraag is hoe diep en praktijkgericht gaat men daarbij met de studenten aan de slag.

In ons land wordt jaarlijks een rijk scala aan kinderboeken gepubliceerd. Er worden acties georganiseerd zoals de Kinderboekenweek, de nationale voorleesdagen, de nationale voorleeswedstrijd, enzovoort. Toch neemt de aandacht voor lezen af. Wat is hiervan de oorzaak en hoe keren we deze ontwikkeling?

Het antwoord daarop is lastig te geven. Vanaf 2000 kent Nederland een zeer sterke demotivatie voor lezen. Je moet aandacht aan bovengenoemde zaken besteden, maar we zien daardoor de demotivatie niet afnemen. Persoonlijk denk ik, dat we leesmotivatie te weinig koppelen aan competentie. Kinderen die zich geen competente lezer voelen, vermijden lezen. Dat is volgens mij de problematiek die aangepakt moet worden. Het gaat dan om een derde van de leerlingen. 

Welke stappen moet de overheid nemen om het leesonderwijs te verbeteren?

Belangrijk is dat de overheid het maatschappelijk belang van lezen steeds naar voren brengt. Willen we kenniseconomie zijn, dan vraagt dat een hoger leesniveau. Daarnaast moet ze besturen stimuleren om ervoor te zorgen dat het leesonderwijs en de leesprofessionaliteit op hun scholen op orde is en prioriteit heeft. Het is mede van belang dat de overheid de komst van een aantal goede leesprojecten mogelijk maakt. Bijvoorbeeld over de relatie leescompetentie-leesmotivatie; het belang van preventie, etcetera.

Hoe kan het misbruik van de dyslexieverklaringen in het VO worden tegengegaan?

Ik denk, door onafhankelijke deskundigen te laten nagaan of de betreffende leerling deze al of niet terecht heeft gekregen.

Wat is het onderscheid tussen zwakke lezers en dyslectische leerlingen?

Onderzoek wijst volgens Torgesen (2005) meer en meer uit, dat er in de praktijk dikwijls geen duidelijke lijn te trekken is tussen de ondersteuning die zwakke technische en dyslectische lezers nodig hebben. Wat in het algemeen geldt voor zwakke lezers, geldt meestal ook voor dyslectische lezers. Beide groepen profiteren het meest van directe instructie op het gebied van de letter-klankkoppeling met veel aandacht voor automatisering (vlot lezen).

kees-portret-2017Dr. Kees Vernooy

  • Lector emeritus Effectief taal- en leesonderwijs
  • Schoolverbeteringsdeskundige
  • Expertisebureau Effectief Onderwijs

E-mail:                          cgtvernooy@gmail.co             Kees.Vernooy@kpnmail.nl

Geef een reactie

5 + 1 =

Translate »