Elke jaar vragen wij onze lezers tijdens de zomervakantie om een bijdrage. Daarbij geven wij zelf een voorzet. Zo hadden eerdere jaren als thema: Wat lees ik op vakantie? Hoe breng ik mijn vakantie door en wat doe ik daarbij aan school? Ditmaal is vakantiewerk of  je werk als werkstudent het onderwerp.

Redacteur Haye van der Werf opent het seizoen met zijn vakantie-ervaringen in onder andere de horeca van Bergen aan Zee. 

Natuurlijk zijn we ook erg benieuwd naar ervaringen van onze lezers. Je bijdrage kun je sturen naar info@komenskypost.nl.  

Werken bij het strand: twee patat met

Als je geboren wordt in een badplaats, Bergen aan Zee, je komt uit een gezin met negen kinderen en wilt dolgraag een bandrecorder (we spreken over 1964), dan ligt het voor de hand dat je een vakantiebaantje zoekt in de toeristische sector.
Temeer omdat je moeder er als weduwe alleen voor staat en meerdere kinderen zo hun wensen hebben.

Zo kwam ik op 15-jarige leeftijd terecht in de fritesverkoop bij de plaatselijke melkboer, tevens lunchroomhouder.
Het betrof een piepklein uitgifteloketje in een hoekje van de lunchroom.
Een zakje frites kostte F 0,25 en mayonaise F 0,05 extra.
De clientèle bestond vooral uit dagjesmensen die, steeds gewapend met jengelende kinderen en een arsenaal aan schepjes, emmertjes en ouderwetse parasols, van het strand afkwamen.

Het nuttigen van de frites of een softijsje uit de melkwinkel vond plaats aan de overkant, gezeten op de rand van de stoep en nadien werden zwaar bepakte fietsen bestegen om de terugtocht naar de ‘wereld achter de duinen’ aan te vangen.
Kinderzitjes bestonden nog nauwelijks. Het enige comfort bestond uit een kussentje of wat oude kranten onder de snelbinders. Rood verbrand jengelden de kinderen verder en al voor de hoek hadden ze vaak de eerste pets te pakken.

Voorafgaand aan het nieuwe seizoen kregen we een conflict over de bezoldiging en ‘transfereerde’ ik naar een uitspanning op het strand om daar als oberkelner de volgende acht seizoenen mijn bijverdiensten bijeen te schrapen.

Wat begon als een simpele uitspanning voor een ijsje, een pannenkoek of een uitsmijter evolueerde eind jaren zestig en in de loop van de zeventiger jaren tot een min of meer trendy ‘beach club’ waar op het terras daarvan de inmiddels in tweede huizen neergestreken “Amsterdamse jetset” hun weekenden doorbracht.
Kon ik in den beginne nog moeiteloos de bestelde consumpties onthouden – koffie F 0,85, een biertje F 1,10 – later bood het aangeleerde  hoofdrekenen niet langer soelaas.
Per tafel hield ik gedurende de dag hele boekhoudingen bij van voor toen min of meer exclusieve bestellingen als Kir Royal en zelfs incidenteel en op verzoek vooraf oesters.

Ik zal niet teveel uit de school klappen, maar al werkende voort en bij het neerzetten van de bestellingen vernam ik als ‘bijvangst’ intieme details over de ontwikkelingen in het Amsterdamse literaire, politieke en artistieke wereldje.
Zal hier niet doen aan uitgebreide ‘Name dropping’ maar soms vroegen andere klanten mij ‘fluisterend’: “Is dat niet die-en-die?” of “Zij had toch iets met Hugo Claus?”.

Naast het bespreken van de intieme details van het gebeuren binnen de grachtengordel werd – vooral door de moeders – veel tijd besteed aan de beoordeling van elkaars kinderen die gedurende de dag aan de rand van het terras in het zand speelden.
Na een al te kritisch commentaar – “Ik zou met dat joch toch eens naar een psychiater gaan!” – vond somtijds een (tijdelijke) verwijdering plaats, waardoor ‘gezworen vrienden’ plotseling kozen voor ieder een eigen tafeltje aan elk der uiteinden van het terras.

U begrijpt het al: ik heb door mijn vakantiewerk veel geleerd: hoofdrekenen, omgangskunde, psychologie en diplomatie.
Bovendien heb ik dankzij dit werk en deze contacten nog jarenlang – tijdens mijn studie – feesten verzorgd in Amsterdamse grachtenpanden.
Daarmee werd mijn studieschuld beperkt en nog steeds draaien mijn vrouw en ik de hand niet om voor een gezellig feestje met een man of wat!

Haye van der Werf