Vakantiebaan, Zomerwerk

Zomerwerk – De Werkstudent

foto-werkstudent

Gerard Wegman

Mijn ouders dreven in Amsterdam een slagerij. Omdat wij met ons gezin achter de winkel woonden, heb ik al als kind ervaren wat ‘werken voor de kost’ inhoudt. Iedere dag zag ik de klanten in de winkel; halve varkens en kwart koeien werden enkele keren per week binnen gebracht en vakkundig door mijn vader en zijn knechten uit elkaar gesneden tot de fijnste karbonades of de mooiste lende lappen. Klanten wachtten op drukke dagen rustig een half uur op het door hen gewenste stuk vers uitgesneden vlees. De van vlees ontdane botten verlieten uiteindelijk in stalen manden de zaak op weg naar een lijmfabriek. De jaren zestig. Er werd hard gewerkt voor het geld. Wanneer wij als kind graag een mooi stuk speelgoed wilden hebben, kwam nogal eens de uitspraak voorbij: “Bedenk eens hoeveel pond lappen ik daarvoor weer moet verkopen!” Mijn ouders hielden er een spaarzaam leven op na.

Al tijdens mijn HBS-tijd ging ik in de zomervakantie werken om wat eigen geld te verdienen. Niet in de slagerij, dat werk trok mij niet. De fooien die ik regelmatig kreeg bij het bestellingen wegbrengen op de fiets – en later op de Mobylette – tel ik maar even niet mee als echte inkomsten. Nee, ik ging werken bij de Bijenkorf op de Dam, dat leek me prachtig en mijn zus was me al voorgegaan. Na een ‘echt’ sollicitatiegesprek met een keurige dame met parels in de oren werd ik aangenomen. Aanvankelijk verrichtte ik hand- en spandiensten voor de medewerkers van de etalageafdeling. Daarna promoveerde ik als jongste bediende naar de afdeling waar allerlei hartige delicatessen zoals salades verkocht werden. Een jaar later voelde ik me nog meer verkoper toen ik op de grammofoonplatenafdeling mocht assisteren. Vooral het voor potentiele klanten opzetten van een langspeelplaat maakte een machtig gevoel bij me los. Tegenover mij stonden klanten dan als in een silent disco mee te wiegen bij de muziek die via de ivoorkleurige handvatten/oorspeakers tot hen kwam. Van klasgenoten van mij hoorde ik dat mijn werk minder opleverde dan gemiddeld, maar ik vond de werksfeer heel positief en het bedrijfsrestaurant beoordeelde ik voor die tijd met vijf sterren.

Als student, begin jaren zeventig, wilde ik zoveel mogelijk zelf mijn studie betalen. Studeren aan de UvA was met een kleine beurs en eigen geld haalbaar. Ik wilde zoveel mogelijk onafhankelijk zijn van mijn ouders; ik werd ‘werkstudent’. Aanvankelijk werkte ik via Randstad, maar mooie spannende banen kreeg je via uitzendbureau ‘De Werkstudent’ op de Leidsegracht. Er werden allerlei banen aangeboden. Van productiemedewerker tot administratieve kracht. Twaalf ambachten maar geen dertien ongelukken. Ik heb veel verschillende baantjes en banen gehad en vind dat nog steeds een heel inspirerende ervaring die mijn kijk op arbeid echt heeft verbreed. Ik raad ieder aan om, voordat je echt ‘landt’ in een baan voor jaren, zo’n ‘snuffelperiode’ te doorlopen.

Zo werkte ik enkele weken bij ‘Cacao De Zaan’, een bedrijf dat de neuzen in de Zaanstreek en Waterland nog steeds prikkelt. Ik kreeg een ‘verantwoordelijke’ taak: ik werd de onmisbare schakel in de cacao-aanvoer voor de verpakkingsafdeling! Op een etage boven die afdeling stond het vol met metalen vaten met cacaopoeder. Mijn taak was het voortdurend een volle ton in een speciaal liftje te plaatsen, dan op een knop te drukken waarna het vat twee meter omhoog ging en daarna omkiepte in een grote trechter. Via die trechter kwam de cacao dan beneden bij de dames met de doosjes en busjes. Niet alle cacao, want de fijne poeder wolkte bij elke kiepbeweging ook door de lucht, werd ingeademd, zette zich af op je huid en drong door tot in je poriën. Na elke werkdag werd er voor het naar huis gaan gedoucht. Aan het eind van de week kreeg iedere medewerker bij het verlaten van de fabriek een doosje cacao mee. Ik besefte met de dag meer in welke bevoorrechte positie ik verkeerde. Ik sprak een collega die mijn werk al bijna veertig jaar deed! Ik nam na drie weken ontslag.

Nog zo’n ervaring had ik toen ik enige weken werkte bij accufabriek Acivit, eigendom van de kleurrijke joodse Amsterdammer Kurt Vyth. Hij was vooral bekend als sponsor in de wielersport en verschillende voetbalclubs. In zijn accufabriek mocht ik in het magazijn werken. Vorkheftruckchauffeur voelde voor de jonge student als kermiswerk. Een botsauto waarmee niet gebotst mocht worden. En leuke collega’s. De Amsterdamse humor was mij thuis al met de paplepel ingegoten, maar hier leken alleen maar standup commediants te werken. Toch was het niet alleen maar pret. Ik maakte hier mijn eerste staking mee. De voornamelijk uit mediterrane medewerkers bestaande productieafdeling die vooral met lood, zink en zuur moest werken kwam in verzet tegen de letterlijk ziekmakende werkomstandigheden. Ook de grappen makende Amsterdammers sloten zich terecht aan bij het verzet van degenen die het ‘vuile’ werk deden. Ik vond het een indrukwekkende ervaring.

Zo’n staking maakte ik ook mee toen ik voor langere tijd bij krantenuitgever ‘De Perscombinatie’ werkte. Het was de tijd van de intredende digitalisering in grafische productieprocessen. Begin jaren zeventig werkten er nog veel loodzetters op de typografenafdeling. Vanuit houten letterbakken tikten zij op een grote machine het artikel van een journalist om naar een in loden letterstaafjes gezet tekstblokje. Van het tekstblokje werd een afdruk gemaakt en die loden tekstblokken werden door opmakers als legostenen samengevoegd tot het formaat van een krantenpagina. ik werkte toen op de correctieafdeling waar 24/7 correctoren het werk van de typografen vergeleken met het door de journalist aangeleverde artikel. – Oeps, ik ontdekte zojuist een spellingfout op de huidige homepage van ‘De Werkstudent’! – Het drukproces ging in die dagen echter over op offsetdruk met digitale opmaak en de loodzetters zagen hun baan verdwijnen. Om de krantendirectie van hun zorgen te doordringen legde de hele afdeling op een ochtend het werk neer en kwam men bijeen in de k(r)antine om een petitie te overhandigen. De digitalisering was echter niet te stuiten. Maar ook de krant van die dag, ‘hun kindje’ niet. Om een uur ’s middags werd het werk toch weer hervat, want hun krant, Het Parool, moest wel op tijd in de bus liggen. Een indrukwekkend voorbeeld van ‘hart voor je werk’ hebben.

Echt verantwoordelijk werk kreeg ik toen ik voor 675 gulden mijn eerste auto had gekocht. Een student met een auto kon bij ‘De Werkstudent’ belangrijk werk doen. Het uitzendbureau verzorgde een grote klus voor het GVB. Men wilde het ov-reisgedrag van de Amsterdammers in kaart brengen. Studenten reden, voorzien van telformulieren mee op iedere tram en bus. Ik kreeg als autobezitter de belangrijke taak om de nieuwe telformulieren, die ik de dag ervoor bij het GVB had opgehaald, bij de beginhalte aan de ingeroosterde studenten uit te delen, de ingevulde formulieren in te nemen en deze aan het hoofdkantoor op de afdeling statistiek af te geven. Dat ging best een tijd goed …. Tot op zekere ochtend. Enkele uren nadat ik bij de beginhalte van lijn 3 klaar had moeten staan werd ik door mijn hospita wakker geschreeuwd! “Gerard, het GVB aan de telefoon. Ze zijn niet blij, geloof ik!” Einde GVB-klus en ook bij ‘De Werkstudent’ was men even niet blij met mij.

De rest van mijn studenteninkomen kwam binnen door ‘speurwerk’ op het hoofdkantoor van een hypotheekbank. Ook daar was men gestart met de digitalisering van de administratie. Medewerkers zaten de hele dag financiële data in te tikken in zogenaamde ponskaarten. Dat ging niet altijd foutloos. De afdeling waar ik werkte moest ervoor zorgen dat de ‘digitale’ gegevens overeenkwamen met de in kasboeken en dossiers geschreven bedragen. Pas na de zogenaamde ‘vierkantsluiting’ konden de maandrekeningen de deur uit naar de klanten. Omdat ik van puzzelen houd en rekenen leuk vind, en omdat ik met fijne collega’s samenwerkte, heb ik het in het statige bankkantoor best lang volgehouden. Aan het eind van mijn studie werd me door de procuratiehouder, de chef van de afdeling, een vaste baan bij de bank aangeboden. Met een opleidingstraject en een leuk salaris.

Nee. Het onderwijs leek mij toch mooier.

 

Gerard Wegman is redacteur van KomenskyPost

  1. Marijke

    Heerlijk geschreven en wat een herkenning. Er komen opeens allemaal baantjes en banen bovendrijven die ik was vergeten.
    Het bedrijfsrestaurant van de Bijenkorf vijf sterren? Ik werkte voor mijn studie als secretaresse van de directeur Buitenlands Betalingsverkeer bij de AMRO-bank op het Rembrandtplein. Ook daar zo’n bedrijfsrestaurant waar werknemers in de watten werden gelegd. Dat bedrijfsrestaurant kon wedijveren met het restaurant van de Bijenkorf …….

Leave a Reply

Thema door Anders Norén