Jan Lepeltak

Zorg dat je op tijd bent, de Rode Pijl vertrekt stipt om 23:55 uur van station Moskovsky,  werd ons op het hart gedrukt. Moskovsky is in St.Petersburg een kopstation. Van hieruit vertrekt de beroemde nachtrein naar Moskou. Het is winter en op de randen van de trottoirs bevinden zich bevroren hopen sneeuw. Een gezette conductrice op leeftijd met rode baret begeleidt ons naar onze slaapcoupés.

 Ik deel mijn coupé met een zwijgzame Rus die zich alvast had ingedronken voor de reis, wat zijn snurkvermogen ten goede bleek te komen. Als de trein zich in beweging zet komt een stoet vrolijk pratende dames met geblondeerd haar door het gangpad gehuppeld. Ze kijken je glimlachend en indringend aan. Het wordt snel duidelijk dat zij gedurende de nachtelijk reis hun diensten aanbieden. De reis van deze legendarische luxe trein, stammend uit de tijd van de USSR, zou acht uur duren. 

Na de optocht van de dames komt onze conductrice langs met warme thee. Kennelijk hebben enkele reizigers dan al de nodige afspraken gemaakt met de vrolijke vrouwen. Na een half uurtje haalt onze baboesjka van de spoorwegen de ijzeren theehouders met glazen koppen op. Daarna volgt haar laatste nachtelijke actie. Ze klopt op de schuifdeur van onze coupé, gebaart dat we de deur open moeten schuiven. Onze plaatsbewijzen heeft ze al bij het instappen gecontroleerd. In haar hand heeft ze een ijzeren naar een punt toelopend busje. Ze gebaart dat we dat over de hendel van het slot van de coupé moeten hangen zodat kwaadwillenden niet in staat zijn via een geforceerd raam onze deur te openen om vervolgens onze bagage te stelen. Wij zijn hiervoor gewaarschuwd door onze Russische collega’s. 

Het is een onrustige nacht. In de coupé is het bloedheet, mijn Russische medepassagier snurkt er flink op los en het ruikt naar alcohol. Er kan niets worden opengezet dat voor enige ventilatie zorgt. Op het ijskoude balkon, achter de schuifdeuren van het gangpad, blijkt op de gang naar het toilet een dikke ijslaag te liggen. Dit stukje van de wagon is niet verwarmd.

Ik kijk op mijn horloge. Het loopt tegen de vroege ochtend. De trein mindert bij stations snelheid. Buiten zie ik een lange ‘zwijgende’ stoet van arbeiders die langs de trein op weg zijn naar hun werk. Wellicht kan ik het ontbijt gebruiken in de restauratie van de naast ons gelegen wagon. Zeer voorzichtig schuifelend passeer ik de ijskoude verbinding tussen de twee wagons. Daar ligt het restaurant en aanschouw ik een van de meest merkwaardige tableaus dat ooit heb gezien. Alle tafels en stoelen staan kris kras door elkaar en zijn bezet. Ik zie een slapende meute. Het meubilair wordt niet bezet door ontbijtende reizigers maar door allerlei volk: kelners met het overhemd losgeknoopt, gepoederde dames die met hun hoofd tussen hun armen op de tafels liggen te slapen en een enkele reiziger. Tussen hen in liggen her en der verspreid lege wodkaflessen, asbakken en sigarettenpeuken. Hier valt geen ontbijt te verkrijgen. 

 Ik keer terug naar mijn coupé. Het wachten is nu op het moment dat het echt licht wordt. Rond acht uur arriveert de Rode Pijl in het Leningradskystation in Moskou. Onze gastvrouw van de Moskouse pedagogische universiteit staat ons reeds op te wachten waarna de universiteitschauffeur ons in de zwarte Moskvitsj naar ons gastenverblijf in de wijk Yugo-Zapadnaya brengt. Het betreft hier een hoge studentenflat waarvan een etage uitsluitend uit appartementen bestaat voor buitenlandse gasten. Van de twee liften gaat er een alleen naar de gasten etage.  

Als de liftdeur openschuift herkennen we de oude militair in uniform die zittend de wacht houdt bij de lift van eerdere bezoeken. Onze gastvrouw noemt onze namen die hij vervolgens checkt. We zien verbazing in zijn ogen. “Jullie staan gepland voor morgen”, zegt hij. “Maar zijn onze kamers dan nu bezet?” “Nee dat niet, maar ik mag ze echt niet openmaken.” We verlangen allemaal naar een douche en een bed wat de stemming er niet beter op maakt. Irena, onze gastvrouw dreigt te exploderen van woede, wat in dit land geen enkele indruk maakt. Njet is njet! Dan is er maar éen oplossing: de vrouwelijk rector-magnificus thuis bellen. Irena weet haar gelukkig te bereiken en ze geeft toestemming. De deuren van onze kamers worden geopend.