Frits van Kouwenhove

‘Hij is een echte vent met goede aspiraties’, stond in het advies van TIVO, het bureau voor school- en beroepskeuze. Dat bureau testte aan het eind van klas 6 van lagere school Reigershöfte in Almelo alle leerlingen van klas 6 om een advies te geven voor het vervolgonderwijs. Op basis van dit advies en de cijfers in mijn derde rapportlijstje in klas 6, gaf het hoofd van de lagere school, meester Letink, het advies MAVO. Zo belandde ik op de Rietschool, ook wel de Riet MAVO genoemd, nog geen 500 meter van mijn huis in de Reigerstraat.

Van de kleine lagere school die een heel veilige en beschermde omgeving was, kwam ik terecht in een enorm groot gebouw met een lengte van bijna 90 meter met een beneden- en bovenverdieping en heel veel leerlingen en docenten.

Het gebouw in de stijl van de Amsterdamse School werd in 1922 in gebruik genomen als school voor het Openbaar Lager Onderwijs. Het voorzag in een behoefte, omdat in de nieuwe aanpalende wijk De Riet veel jonge gezinnen met kinderen woonden. Tijdelijk werd een bewaarschool (voorloper van de kleuterschool voor kinderen van 3 tot 6 jaar) in het gebouw ondergebracht. Van 1932 werd de MULO (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) daarin gevestigd. 

Bijzonder aan die bewaarschool is dat ik op één van de foto’s uit die periode mijn moeder (geboren in 1927) terug zie, staand aan vermoedelijk de linker voorkant van het net gereedgekomen gebouw. Zij zal daar om en nabij vijf jaar zijn.

Als zesdeklasser op de lagere school stond je daar aan top van de piramide. Op de Rietschool stond ik als eersteklasser weer onderaan. Toen ik daar in augustus 1967 kwam was het al een MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs), een jaar voordat via de Mammoetwet in 1968 dit schooltype in heel Nederland de MULO verving. 

MAVO bepalend 

Terugkijkend op mijn 19-jarige school-/studietijd is de Rietschool best wel bepalend geweest voor mijn verdere loopbaan. De vier jaren die ik op de Rietschool doorbracht was ook de periode waarin ik mij steeds meer losmaakte van mijn ouders, interesses ging ontwikkelen, meningen ging vormen en mijn eerste, weliswaar kortstondige, jeugdliefdes had. Klasseavonden waren de momenten dat je voor het eerst uitging en ’s avonds ‘laat’ thuiskwam. In een wat aangekleed klaslokaal, met minimale verlichting en jaren 60 muziek, werd met de nodige aarzeling gedanst en in latere leerjaren ‘geschuifeld’ onder toezicht van je klassenleraar.

Uit mijn cijferlijst van klas 1D springt mijn voorkeur voor de vakken aardrijkskunde en geschiedenis eruit. Dat zou zich later bestendigen, de exacte vakken lagen mij niet en een talenwonder ben ik ook nooit geworden. 

Met sommige leraren bouwde je een band op. Vooral Harmsen, de leraar geschiedenis, wist mijn aandacht vast te houden. Van hem heb ik de voorliefde voor het vak geschiedenis ontwikkeld. Die voorliefde werd op de HAVO, die ik na het behalen van het MAVO diploma in juni 1971 nog twee jaar volgde, nog eens versterkt door Wartena, die uitgebreide boeiende betogen hieldgelardeerd met fijne humor. Beide docenten geschiedenis hebben bijgedragen aan mijn keuze voor de studie leraar geschiedenis die ik van 1973 tot 1978 op de Gelderse Leergangen in Nijmegen volgde, in combinatie met het vak Nederlands. 

Seksuele voorlichting

Dit was in die tijd was wel een dingetje. Het was immers de tweede helft van de jaren 60 waarin de seksuele revolutie zich manifesteerde. Voor pubers zoals wij machtig interessant. Op de Rietschool kregen wij dus ook seksuele voorlichting. Dat werd niet gegeven door de reguliere docenten (die waren klaarblijkelijk niet opgeleid om dat op een verantwoorde manier te geven of voelden zich te veel bezwaard), maar door deskundigen van buiten de school. Je mocht die bijeenkomsten alleen bijwonen als je ouders van te voren schriftelijk hun toestemming hadden gegeven. Wat ik mij van die voorlichting nog herinner is vooral de indruk dat het nogal teleurstellend was, veel zwart/wit en veel illustraties. Kleur en bewegende beelden ontbraken. Voor vrouwelijk bloot in kleur moest je in de pauze op het plein achter de school zijn. De achterkant van de school kende enkele nissen. Daarin verzamelden zich in de pauzes de ouderejaars om te roken (was verboden) en De Lach (of later Lach 69) te bekijken. Als je in het derde leerjaar zat, werd je weleens in zo’n nis toegelaten, zeker als je wat sigaretten had. Op het plein werd trouwens door de leraren in de pauzes ‘gepatrouilleerd’, te veel damp in een nis was een garantie voor een bezoek van de patrouille.

Gymnastiek

‘Lichamelijke oefening’ heette dat in je rapportlijst. De lessen werden gegeven in de grote gymzaal achter de hoofdingang op de begane grond. Aan de zijkanten van het gymlokaal waren de kleedkamers, jongens en meisjes keurig gescheiden. Koers, een wat oudere gymdocent, liet je eerst een flink aantal rondjes lopen in het lokaal en tikte het tempo met zijn stok. Tijdens de les liep hij geregeld naar zijn kast om wat te drinken. Geen enkele leerling wist zich aan het idee te ontworstelen dat het wel drank moest zijn. 

Huiswerk

Het hoorde erbij. Soms was het veel, maar na verloop van tijd wist je wel bij welke leraar je het altijd in orde moest hebben en bij wie je met een smoes wegkwam als je het huiswerk niet af had. Bij Jan van Buiten, die Duits gaf, zorgde je ervoor dat je het tot in de puntjes voorbereid had. Hij overhoorde de rijtjes die je uit je hoofd moest kennen, door je voor de klas te halen en je eindeloos de rijtjes te laten opdreunen. Kende je het niet voldoende (een flink tempo hoorde daar dan bij), dan hoorde je ‘wie niet werkt, zal niet eten’ en vervolgens tekende hij in zijn agenda bij je naam wat aan. Je zorgde er wel voor dat die vernedering je bespaard bleef. 

Nescio

De Riet MAVO bestaat niet meer. Het gebouw staat er nog, maar de leraren en leerlingen zijn vertrokken naar gebouwen die beter passen bij het onderwijs van nu. Grote lokalen, met hoge ramen (je kon vanaf je stoel nooit naar buiten kijken) waarin de tafels in autobus opstelling stonden, zijn verleden tijd.

Het gemeentelijk monument dat De Rietschool eens was, is verworden tot een gebouw met 32 appartementen waar de gemeenteraad van Almelo zijn goedkeuring aan heeft gegeven en een architectenbureau uit Den Haag z’n lusten op heeft kunnen botvieren door potsierlijke balkons en dakkapellen aan de voorzijde te plaatsen. Om Nescio hier maar eens te citeren: ‘God zegene de verantwoordelijke autoriteiten. Als ’t kan een beetje hardhandig.’[1]


[1] Nescio, pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh. Dit citaat is een voetnoot in het verhaal ‘Kortenhoef’ in de bundel ‘Boven het Dal’. In dit verhaal beschrijft hij de omgeving van Kortenhoef waar hij vaak wandelde. De voetnoot voegt hij jaren later toe aan het verhaal als een bruggetje vervangen is door een weg. ‘Dit aardige wipbruggetje bestaat ook al niet meer. De weg is over het water heen geplempt. God zegene de verantwoordelijke autoriteiten. Als ’t kan een beetje hardhandig.’