Twijfels over betrokkenheid onderwijsveld

Wat betreft de meeste partijen kan Sander Dekker doorgaan met zijn plan om de voorstellen van de commissie van Paul Schnabel voor Ons onderwijs 2032 te verdiepen. De Onderwijscoöperatie speelt daarbij een centrale rol. Er zal een brede dialoog moeten ontstaan en een regiegroep zal uiteindelijk moeten komen tot concrete voorstellen. Aan deze regiegroep nemen de PO-Raad, VO-raad, de Algemene Vereniging van Schoolleiders, de Onderwijscoöperatie (OC), het LAKS en Ouders & Onderwijs deel. De opbrengsten van de inhoudelijke verkenning worden voor 1 november verwerkt in een rapportage.
Alleen de PVV wees de voortgang van de Onderwijs2032 operatie af. Paul van Meenen (D’66) stond positief ten opzichte van de voorstellen die onder het voorzitterschap van partijgenoot Schnabel zijn geformuleerd. Hij maakte echter wel een voorbehoud als het gaat om het draagvlak en de representativiteit van leraren in de Onderwijscoöperatie. Daarbij verwijst hij nadrukkelijk naar een artikel in de Correspondent waaruit zou blijken dat het framework van onderwijs2032 geheel door SLO en andere partijen (Onderwijsraad) is voorgekookt. Hij verzocht om een schriftelijke reactie van de staatssecretaris. De vraag in hoeverre docenten zich door de Onderwijscoöperatie vertegenwoordigd zien kwam ook bij andere partijen naar voren.
Grashoff (GL) stelde dat de lange termijn begint bij de korte termijn. Docenten mee laten discussiëren prima, maar dan moeten ze daar wel de tijd voor krijgen. Docenten zijn nu al overbelast. De staatsecretaris verwees naar de professionaliseringstijd waarover docenten beschikken en hij zou schoolleiders aansporen deze hiervoor aan te wenden. Op de uitdrukkelijke vraag wat er gebeurt als het veld (de zogenoemde herijking van Dijsselbloem) onderwijs2032 niet ziet zitten antwoorde Dekker: “Als niemand het ziet zitten dan gaat het natuurlijk niet door, laat dat duidelijk zijn”. Vraag is alleen wat versta je onder niemand? vroeg een van de Kamerleden.
Ypma (PvdA) vroeg of er ook speciale aandacht besteed kon worden aan de recent geconstateerde ongelijkheid in onderwijskansen.
Dekker herhaalde nog eens dat een van de doelstellingen van het advies is om de leraar weer meer autonomie (‘eigenaarschap’) te geven (40% kern en 60% vrij). Volgens de staatssecretaris wordt het curriculum nu vooral bepaald door de grote educatieve uitgevers, een erg gratuite opmerking die niet werd gerelateerd aan de invloed van testen op het feitelijke curriculum waar tijdens het overleg eerder wel naar werd gevraagd.
Dekker reageerde op alle verzoeken welwillend. Er zou op verzoek ook een potje komen (via de OC ?) voor docenten die aan curriculumontwikkeling een bijdrage leveren. Verder zou hij via schriftelijke beantwoording nog op enkele vragen ingaan.
De opbrengst van de verdieping zal door de Onderwijscoöperatie voor 1 november worden gevat in een rapportage.
Aan digitale vaardigheden, coding en programmeren werd nauwelijks aandacht besteed.