professionaliseren

researchEDAmsterdam of hoe docenten onderzoek kunnen gebruiken in de dagelijkse lespraktijk

Door Ankie Cuijpers

Het keuzepalet aan lezingen en workshops op researchED Amsterdam in januari is als de snoeptrommel na vastentijd en dat voor slechts €75,00. Een keuze maken is dan ook niet eenvoudig.  Het Hermann Wesselink College in Amstelveen is gastheer.

De  lezing van emeritus lector  Kees Vernooy over de opkomst van close reading is een boeiende presentatie, doorspekt met humor. Volgens Vernooy is close reading een reactie op de misplaatste nadruk op leesstrategieën en woordenschat  waar veel methodes bol van staan en die volgens Vernooij geen beter begrijpend lezen tot gevolg hebben. Terwijl begrijpend lezen een vaardigheid is die we ons leven lang nodig hebben.  Volgens Fisher, Frey en Hattie (2016) gaat het bij close reading om een combinatie van bekende zaken als: de tekst of een deel ervan laten (her)lezen, aantekeningen laten maken om wat ze dachten vast te kunnen houden, leerkrachten die het leesproces sturen door vragen te stellen, te laten discussiëren en te analyseren, uitgebreid laten discussiëren over de tekst en deze analyseren in samenspraak met de leerkracht, verbanden laten leggen.

We zien dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn.

Mark van der Veen, leerkracht po en student onderwijswetenschappen (OU), houdt een betoog over kritisch denken bij vernieuwen in het onderwijs.  Hij  doet onderzoek naar de motivatie en kennis die leerkrachten hebben met betrekking tot het lerarenregister. Mark van der Veen en  Frans van Haandel schrijven kritisch over het lerarenregister. Te volgen via hun website  Onderwijzerblog.  Het onderwerp van deze lezing verbaast  dan ook niet.  Van der Veen gaat in op verschillende aspecten die verband houden met een kritisch onderzoekende houding die leerkrachten moeten hebben. Helaas is dit nog lang geen gemeengoed. We vinden dat leerlingen hun werk beter moeten controleren, maar doen wij dat als leerkracht zelf wel? Stellen we onszelf wel de juiste vragen? We nemen te snel voor waarheid aan van wat we lezen of horen en waarvoor geen wetenschappelijke basis is. We zien dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zijn.  Zo zorgde het OECD-rapport over de relatie tussen leerprestaties en het gebruik van de computer voor spectaculaire koppen in de media over inefficiënt gebruik van ICT. De juiste boodschap van het rapport: we gebruiken ICT nog niet op de juiste manier. Tot zijn toehoorders behoort Paul Kirschner, onderwijspsycholoog ,  die het geheel samenvat: twee anekdotes is nog geen wetenschap.

casper1Alleen de titel al maakt nieuwsgierig. ‘Trap er niet in’ , de lezing van Casper Hulshof, psycholoog , docent onderwijskunde aan de VU en redacteur van KomenskyPost, is druk bezocht: een understatement. Toehoorders moesten zelfs staan en sommigen verkozen een yogahouding op de vloer. Met veel humor en zijn voorliefde voor leuke plaatjes weet Hulshof het publiek te boeien. En deze keer gaat het niet, of liever nauwelijks, over mythes in het onderwijs, maar over de gedachte ‘alles moet anders’. Als voorbeeld noemt hij de Pokémonhype en de roep om ‘iets’ daarmee te doen in het onderwijs. Inmiddels weten we beter. Vervolgens leidt hij ons van Sir Ken Robinson, via Prince Ea (die vindt dat school er niet toe doet), naar de retorische middelen die gebruikt worden om mensen te overtuigen van hun gelijk. Tot slot de conclusie van zijn verhaal:  Er is niet éen one-size-fits-all oplossing voor onderwijsproblematiek. Elke ontwikkeling leidt tot een natuurlijke reactie, ook in het onderwijs. Meningen en feiten zijn makkelijk te verwarren. Dus, trap er niet in!

De laatste  workshop  ‘Professionele ruimte van leraren: een heilige graal? verzorgt Harmen Schaap, universitair docent bij de Radboud Docenten Academie.  Hij start zijn lezing met twee praktijkvoorbeelden van professionele ruimte. Een daarvan is een docente die graag een scholing wil volgen, maar geen toestemming krijgt van de sectieleider, maar vervolgens wel van de rector. Dit levert dan ook geheid problemen op binnen de sectie. Factoren die een rol spelen bij de professionele ruimte zijn: de intentie van de leraar om te willen scholen, het commitment van de sectie en de schoolleiding en het leerklimaat op school. De vraag van Schaap ‘Waar kun je invloed op uitoefenen en waarop niet?’, leidt tot actieve deelname van de aanwezigen. Er is veel behoefte aan discussie binnen deze workshop, maar helaas ontbreekt de tijd.

Geef een reactie

54 − 51 =