Krantenberichten zijn vaak de aanleiding om te reflecteren op de toestand van de wereld in het algemeen en die van het MBO in het bijzonder. Dat laatste – het MBO – natuurlijk vooral, omdat daar het hart ligt.

Eind oktober besteedde het Reformatorisch Dagblad onder de titel “De emancipatie van de mbo’er” ruim aandacht aan verschillende zaken die recent gespeeld hebben rond de positie van de MBO-student. Ik schrijf hier nadrukkelijk “STUDENT”, want die benaming zal het neutrale, nietszeggende ‘deelnemer’ wettelijk vervangen en geeft daarmee de MBO’er de status (en voordelen!) die passen bij de positie binnen het geheel van het Nederlandse onderwijsbestel.

Maar die wijziging van de aanduiding is niet het enige teken van emancipatie.
Niet voor niets werd de opening van het MBO-jaar door Koning Willem-Alexander gezien als het ultieme bewijs dat het MBO naast de universiteiten en het HBO een volwaardige plaats heeft gekregen.

En recent kwam van het GroenLinks Kamerlid Özdil met het voorstel afgestudeerde MBO-ers een officiële titel te geven: ‘Skilled’, ‘Craftsmen’ of ‘Expert’, afhankelijk van het bereikte niveau.

Dat laatste initiatief heeft het niet gehaald maar de positieve en negatieve reacties zijn aanleiding voor de titel van deze column “Tussen servet en tafellaken”. Immers, dat wordt vaak gezegd van pubers: kind op weg naar volwassenheid en dus tegendraads.

Dat bleek ook hier. De MBO Raad was nogal positief over het GroenLinksinitiatief. “Het zou bijdragen aan de waardering voor de vakmannen en -vrouwen”. Maar JOB, de MBO-jongerenorganisatie, vond het maar niets: “Titels voegen niets toe!” Dus kon de Minister hier makkelijk afstand van nemen en verdween het plannetje in de onderste la!

Kijk dat is nu een voorbeeld van emancipatie en volwassenwording: het JOB dat zich zelfbewust afzet tegen de MBO-Raad en de Kamerleden. Van die kant komt het dus wel goed met de emancipatie van het MBO en de waardering door de omgeving!

Haye van der Werf