Hans Duijvestijn

Het zag er lang naar uit dat ook het ABP, waar alle werkenden in het onderwijs bij zijn aangesloten, volgend jaar moest gaan korten op de pensioenen. De grote boosdoener is de steeds lagere rekenrente die pensioenfondsen moeten hanteren. Die is inmiddels veel lager dan de rendementen die pensioenfondsen werkelijk maken. Het ABP heeft een 15-jaars beleggingsrendement van ruim 6,5%, maar moet voor de toekomst rekenen met een rendement van op dit moment 0,4%. Pensioendeskundigen houden ons voor dat korten op de pensioenen nu noodzakelijk is, omdat anders de jongeren het gelag zullen moeten betalen. Dankzij ingrijpen van minister Wouter Koolmees hoeft het ABP hoogstwaarschijnlijk in 2020 niet te korten. Toch blijft de verdachtmaking hangen dat gepensioneerde leraren het pensioen van de jongeren opmaken. Maar het tegendeel is waar: zelfs zonder kortingen betalen gepensioneerden fors mee om de tekorten van jongeren te dekken. Aan de hand van twee voorbeelden wordt dat pijnlijk duidelijk. Ons pensioenstelsel is gebouwd op solidariteit, maar die solidariteit gaat nu wel heel erg ver.

Mevrouw G. werkte als lerares wiskunde op een middelbare school. Zij ging begin 2010 met pensioen en kreeg op dat moment van het ABP bericht dat haar pensioen 10.000 euro per jaar bedroeg. Daarvoor had het ABP een denkbeeldig potje van ongeveer 160.000 euro op de balans staan. De dekkingsgraad was op dat moment 105% en de rekenrente 3,5%. Er was dus ruim voldoende vermogen, inclusief de verwachte rente, om mevrouw G. tot haar dood pensioen uit te betalen. In de jaren 2010-2018 maakte het ABP gemiddeld een rendement van 7,6%. Het valt eenvoudig te berekenen dat het rendement hoger was dan het uitgekeerde pensioen. Het potje van mevrouw G. groeide dus nog aan terwijl de verplichtingen afnamen. Zelfs bij een rekenrente van 0,5% is “haar” dekkingsgraad eind 2018 163%. Toch werd haar pensioen niet geïndexeerd voor inflatie. Volgens het ABP heeft ze inmiddels daardoor een achterstand van 16% opgelopen. Hoe kan het dan dat de dekkingsgraad van het ABP daalde naar op dit moment 93,2%?

Klaas K. was 25 toen hij in 2010 als leraar begon op basisschool de Triangel. Ook hij profiteerde 9 jaar lang van het rendement dat het ABP maakte, maar helaas over een veel kleiner bedrag, hij was nog maar net begonnen. Voor Klaas K. moet het ABP zo’n 50 jaar vooruitkijken. Het mag duidelijk zijn dat op die lange termijn zelfs een kleine daling van de rekenrente een flink effect heeft. Bij een rekenrente van 0,5% is “zijn” dekkingsgraad slechts 44%.

Het ABP hanteert maar een dekkingsgraad voor alle deelnemers. Dat betekent dat elke daling van de rekenrente tot gevolg heeft dat er miljarden verschuiven van gepensioneerden naar jongere deelnemers. Als de kortingen waren doorgegaan dan kwamen daar nog miljarden bij. Is dat de solidariteit die we voor ogen hadden?

Daar komt nog bij dat mevrouw G. er niet op hoeft te rekenen dat haar pensioen ooit nog verhoogd wordt. Klaas K. maakt een grote kans dat in de komende 50 jaar de rekenrente weer stijgt naar normale waarden. Mede dankzij de solidariteit van mevrouw G. en haar tijdgenoten (babyboomers) stijgt de dekkingsgraad dan weer tot ver boven de 100% en kunnen de pensioenen ruimhartig verhoogd worden.

 

Hans Duijvestijn foto: Jan Lepeltak

Hans Duijvestijn
foto: Jan Lepeltak

Hans Duijvestijn is econometrist en gepensioneerd