Begrijpend lezen, Laaggeletterdheid, Leesproblematiek, Technisch lezen

“Taalachterstand” op NU.nl

Onlangs verscheen op NU.nl, een van de meest gelezen nieuwsites, een met veel aplomb gepresenteerd artikel over “Taalachterstand en wat daar aan te doen zou zijn”. Men kan de onzin en onjuistheden die worden gedebiteerd door een academisch geschoolde journaliste afdoen als flauwekul en een variant van fakenieuws, of er toch serieus op ingaan, zoals emeritus-hoogleraar Aryan van der Leij op ons verzoek doet. Hierbij zijn reactie.

De conclusies in NU.nl “Een kwart van de tieners in Nederland heeft een taalachterstand. Belangrijke oorzaken zijn onder meer te weinig voorlezen, de focus op ‘technisch lezen’ op school en laaggeletterdheid bij ouders, zeggen experts tegen https://www.nu.nl/binnenland/6224431/de-oorzaak-en-oplossing-voor-taalachterstand-jongeren-ouders-en-onderwijs.html. En met die oorzaken komen ook oplossingen in beeld.”

Een kwart heeft geen taalachterstand maar een achterstand met begrijpend lezen en hoe lossen we dat op? Een op de negen ouders (of zijn het er 2,5 miljoen: dat is ook niet hetzelfde) zijn laaggeletterd. Gaan wij al de ouders die niet voorlezen omdat ze dat niet kunnen nu dagelijks voorlezen en geletterd maken? Dat is in elk geval een betere oplossing dan het openen van bibliotheken, want daar komen ze niet. Wie niet zwemmen kan gaat ook niet ‘in het diepe’. Maar er zijn wel wat uitvoeringsproblemen.

Al die personen hebben een gebrek aan technisch lezen. Hoe komen ze daaraan? Omdat de focus te veel op technisch lezen heeft gelegen indertijd? Immers: “Volgens Kirschner en Swart richt het Nederlandse taalonderwijs zich vooral op ‘technisch lezen’, zoals het herkennen van signaalwoorden.”  Weet Kirschner niet waar hij het over heeft en weet hij niet dat ‘signaalwoorden herkennen’ geen onderdeel uitmaakt van technisch lezen? Over het algemeen weet hij toch vrij goed hoe de vork in de steel zit. Verkeerd geciteerd of begrepen door de journaliste?

“Een oorzaak van laaggeletterdheid onder ouderen is dat mensen vroeger vooral praktische beroepen hadden.” Welke beroepen heeft die journaliste het over? Veenarbeid? Los til- en laadwerk in de haven? Ongeschoolde seizoensarbeid op het land? Allemaal verdwenen in de 50er jaren of al eerder. En voor zover nog aanwezig – Westland – uitgevoerd door immigranten die in de tellingen niet meewegen. Weet die journaliste wel waar ze het over heeft?

“Kinderen spiegelen namelijk wat hun ouders doen. Als ouders zelf veel lezen, willen kinderen dat ook.” Allemaal waar maar wat is de oplossing: inruilen van ouders die te weinig lezen voor ouders die veel lezen? 

“Nederlandse leerlingen behoren dan ook tot de minst gemotiveerde leerlingen om te lezen.” Ja hoor, daar is ie weer! Oplossing: motiveren? Zo van: jij kunt niet zwemmen maar zwemmen is heel leuk! En dan met een grote schop het diepe in? Nog steeds is niet ingedaald dat motivatie het bijprodukt is van beheersing? Zie “Castles, Ratle and Nation (2018, p. 26). Zij concluderen: “Children are more motivated to read, and engage in it more, when they are good at it” (zie ook Mol & Bus, 2011; Van Bergen e.a., 2018). In de woorden van Paul Kirschner: “Motivatie is een leuke, maar geen voldoende voorwaarde. Terwijl succes een voldoende voorwaarde is om verder te leren en gemotiveerd te raken” (Kindermans, 2019, p. 35).” Dit schreven Kees Vernooij en ik onlangs in een hoofdstuk over leesproblemen voor VO-leerkrachten.

Hoe lang gaat dit oeverloze gelul nog door? Zie ook de reacties op de brief van minister Wiersma aan de Tweede Kamer, mei j.l. Die wil de basisvaardigheden verbeteren. Hoho ministertje, de remmen erop en de ankers uit, waar bemoei je je mee? Geef maar geld, dan lossen we het zelf wel op (zoals de slager die zijn eigen vlees keurt ook altijd tot de conclusie komt dat er niets mis is met zijn kennis en kunde). 

Wanneer gaan we weer terug naar mijn aloude adagium: Onderwijs is zorgen dat er geleerd wordt. Zullen we daar nu eindelijk eens mee beginnen?

Aryan van der Leij, emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam, onder andere betreffende onderzoek van leesproblemen en leesstoornissen

  1. de auteur

    Ik lees: , maar een ding is zeker: er is een zekere mate van leesvloeiendheid nodig om, binnen een gestelde tijd, een tekst te kunnen begrijpen en er vragen over te beantwoorden……..
    Daar kan ik weinig mee. Vanuit welk onderzoek is bekend welke zekere mate van leesvloeiendheid er nodig is om een tekst te kunnen begrijpen binnen het Nederlandse taalgebied. Deze aanduiding is te vaag. Daar kan niemand wat mee.

    Luc Koning

  2. Dit is een stuk in de 7-mijlslaarzenstijl van van der Leij. Nuancering doet echter beter recht aan de waarheid. Ik zal een start maken met de vele discutabele onderdelen uit dit stuk:
    1. ‘..Een kwart heeft geen taalachterstand maar een achterstand met begrijpend lezen’… Dat is altijd zo. Dat kwart is vooraf bepaald door de percentielkeuze en dan is D + E altijd 25%, want er ook maar plaats vindt aan onderwijsverbetering. Dat krijg je als je geen formatief criterium kiest. Onder het gemiddelde geeft alleen de verhouding tot het gemiddelde aan. Het zegt niets over de functie van de prestatie.
    2. “…Al die personen hebben een gebrek aan technisch lezen”.. Nog los van de rare zinsinhouden van de twee volgende zinnen. Ook het zinsdeel ‘..gebrek aan technisch lezen’.. is raar. Wordt hier bedoeld: een gebrekkige leesvaardigheid of een gebrekkig leesonderwijs. Laat ik even kiezen voor een gebrekkige leesvaardigheid. Wanneer is een leervaardigheid gebrekkig. Bij een lage C, een D of een E? Dat moet je dan wel concretiseren. Ik heb nu geen idee waar het over gaat. Technisch lezen dient zodanig te zijn dat het begrijpend lezen niet belemmerd wordt (ref. niveau 1F). Geef eens op basis van evidentie aan wat dat dan concreet inhoudt. Da wordt zo’n stuk pas zinvol.
    3. ‘… Als ouders zelf veel lezen, willen kinderen dat ook.”… Dat is veel te ongenuanceerd. Daar is geen correlatie van 1 van bekend. Wat we nu weten uit onderzoek is dat extrinsieke motivatie nauwelijks/geen invloed op de leesmotivatie heeft. De theorie van de zelfdeterminantie blijkt toch meer van de variantie te verklaren.
    4.’…Motivatie is een leuke, maar geen voldoende voorwaarde..’ Motivatie is een van de minst goed gedefinieerde begrippen in het wetenschappelijk onderzoek. De gekozen vragenlijsten zijn onderling erg verschillend. De meest gebruikte lijst van de stichting lezen heeft helemaal geen significante relatie met begrijpend en technisch lezen.
    5.’… Terwijl succes een voldoende voorwaarde is om verder te leren en gemotiveerd te raken” Er zijn in groep 5 en 6 kinderen met leesproblemen die even gemotiveerd zijn voor het lezen dan kinderen die goed lezen. Er zijn kinderen die goed lezen die weinig gemotiveerd zijn. Het type uitspraak van punt 5 kom ik vaak tegen en een prevalentiematrix laat zien dat er geen enkele ruimte is voor het doen van dit soort algemene uitspraken.
    6.’… mijn aloude adagium: Onderwijs is zorgen dat er geleerd wordt..’ Nou dat heb ik al veel meer mensen horen zeggen en daarvoor is wel wat meer nodig dan dit stuk van Van der Leij.

    • de auteur

      De bijdrage van Aryan van der Leij was een intern bedoelde reactie. Door een misverstand is deze online gezet. Daarvoor hebben wij onze excuses aangeboden (zijn geaccepteerd).
      Jan Lepeltak

Leave a Reply

41 + = 42

Thema door Anders Norén