Algemeen, Beleid, Didactiek, Kwaliteit, Praktijk, Vlaanderen

De Staat van het Onderwijs en zand in de pannenkoek

foto: BS De Schakel, Nieuw-Lekkerland

Trudo Herman

De Staat van het Onderwijs

In Nederland werd in april 2022 ‘de Staat van het Onderwijs’ gepubliceerd, een jaarlijks rapport over het onderwijs, opgesteld door de inspectie. De tekst deed nogal wat stof opwaaien. De stelling dat de neergaande trend voor taal en rekenen in twee jaar kan worden gekeerd door vooral veel aandacht te besteden aan het vergroten van de kennis en kunde van leraren schoot bij een aantal mensen in het verkeerde keelgat.

Zand in de pannenkoek

Een treffende reactie kwam van een docente die beschreef hoe enerzijds wordt gevraagd zand toe te voegen bij het deeg, en anderzijds bijles kan worden georganiseerd voor leerkrachten om te leren hoe ze krakende korrels uit de gebakken pannenkoek moeten verwijderen. Zo beschreven komt dit neer op het afleren van een ambacht om het dan weer aan te leren. Op de werkvloer worden inderdaad al lang vraagtekens geplaatst bij enkele nog steeds dominante maar helaas falende onderwijstheorieën die twintig tot dertig jaar geleden door overheden werden gepropageerd en opgelegd. Veel veldwerkers vinden dat net deze theorieën ervoor hebben gezorgd dat steeds meer gediplomeerde mensen, waaronder ook leraren, niet het onderwijs hebben gekregen dat ze verdienden.

Naar de kern: de leerlingen en hun leer-kracht

In Vlaanderen werd vorig jaar eveneens gereageerd op zand in de pannenkoek. De Commissie Beter Onderwijs, ingesteld door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, werkte vanuit een bredere focus en legde een rapport met 58 concrete adviezen op tafel om het niveau van het onderwijs op te krikken. Enkele citaten:

‘De manier waarop kennis en vaardigheden het best worden aangeleerd moeten niet elk decennium worden gewijzigd of herontdekt.

Constructivistische methodes waarbij kinderen hun eigen leerpad kunnen kiezen, zijn meestal inefficiënt en vertrekken vanuit onrealistische aannames omtrent de voorkennis, metacognitie, zelfcontrole en het leervermogen van kinderen en jongeren. Onze kinderen zijn te belangrijk om te experimenteren met hun breinen. In de onderwijspraktijk dient de neomanie waarbij steeds meer ‘nieuwe’ methodes worden uitgeprobeerd, te stoppen.

Directe instructie is de meest efficiënte vorm van onderwijs. Competente leerkrachten sturen het leerproces. Dat betekent ook dat ze zich niet laten overrulen door hand- en invulboeken.

Er moet voorzichtig en selectief met de techniek van het differentiëren worden omgegaan. Divergente differentiatie (waarbij leerlingen van één klas verschillende doelen worden aangeboden, aangepast aan het ontwikkelingsniveau van de leerling) heeft meer na- dan voordelen en is als didactisch middel contraproductief.

Hoe goedbedoeld ook: onderwijs dat te nauw aansluit bij de leefwereld van het kind is als een te nauw passend kledingstuk en ontzegt groeikansen.

In het regulier onderwijs stijgt het aantal diagnoses van leerlingen met een leer- of ontwikkelingsstoornis. De toename is dermate groot dat met recht wordt gesproken van een dreigende overdreven therapeutisering van leerproblemen, soms in de hand gewerkt door het feit dat de diagnose wordt gesteld door wie ook de voorgeschreven behandeling zal uitvoeren.’

Knipperlichten

Tijdens mijn loopbaan ontwaarde ik nog knipperlichten. Zo organiseerde Onderwijskrant in 2007 een symposium in Gent. Enkele actiepunten uit het toen openbaar gemaakte manifest: ‘Respect voor en vertrouwen in de professionaliteit en ervaringswijsheid van leerkrachten; herwaardering van basiskennis en basisvaardigheden; afbouw van bureaucratisering en grootschaligheid; …’ Wat later werd er weer een waarschuwing gegeven, deze keer door de Nederlandse parlementaire onderzoekscommissie ‘Dijsselbloem’ met haar rapport over de ingevoerde onderwijsvernieuwingen bij de noorderburen. Een greep uit de conclusies: ‘Er zijn in het onderwijs grote risico’s genomen met kwetsbare leerlingen; de docenten, ouders en leerlingen zijn te weinig gehoord bij de opgelegde vernieuwingen; de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt grotendeels; …’ Er zijn (gewezen) docenten in Vlaanderen en Nederland die bovengenoemde kwesties al geruime tijd aankaarten met publicaties, lezingen, podcasts en studiedagen: Dirk Van Damme, Wouter Duyck, Wim Van den Broeck, Pedro De Bruyckere, Raf Feys, Gert Biesta, Anna Bosman, Paul Kirschner, Jaap Scheerens, Tim Surma, Marcel Schmeier, Ton van Haperen en vast nog heel wat meer mensen waarvan ik nog geen weet heb.

Oude nagels

Het negationisme omtrent de jarenlange niveaudaling in het onderwijs van de Lage Landen is de laatste jaren gelukkig aan het wegebben. Het aantal leerlingen dat minder goed leest, schrijft of rekent stijgt al twintig jaar. We zijn het aan de maatschappij en alleszins aan onze leerlingen verplicht om verder te onderzoeken wat er fout is gelopen. Ik vermoed dat het niet zal liggen aan het gebrek aan zelfsturing en differentiatie, aangezien we net die zaken de laatste decennia ruimschoots hebben binnengebracht in de klas. We moeten ons op zijn minst mogen afvragen of het zinvol is om nog intenser op die nagels te blijven kloppen. Er bestaan leerpleinen waar leerlingen individueel of in groep zitten te werken, één klik verwijderd van ontspanning of sociale media, en zich afvragen wanneer ze nog eens les krijgen.

Redelijkheid

Bij discussies over onderwijs is er dikwijls sprake van een clash tussen progressief en traditioneel onderwijs. Kritiek op traditioneel onderwijs ervaar ik al vanaf mijn opleiding. Na veertig jaar lesgeven oogt die kritiek voor mij nu zélf erg traditioneel. De kunstmatige tweedeling van progressief tegenover traditioneel heeft echter weinig te maken met de werkelijkheid, maar veel met ideologie en macht. Het zou goed zijn als we beide wat kunnen inperken en redelijk houden.

Paraplu’s dichtvouwen

Ik hoop op een nog beter onderwijs, minder in het belang van ideologie of macht, maar meer in het belang van onze kinderen. Het zou dom zijn om knipperlichten te blijven negeren, in een hoek te duwen, en daarna dezelfde koers te blijven varen. Laat ons paraplu’s dichtvouwen om de schadelijke gevolgen van een teveel aan ik-gerichte pedagogie en didactiek te helpen wegspoelen.

Zandvrije pannenkoeken

Gelukkig worden er nog veel zandvrije pannenkoeken gebakken in het onderwijs. Je kan het elke dag constateren op werkvloeren waar lesgeven wordt beschouwd als een stiel waarbij men mag blijven zoeken hoe men zoveel mogelijk leerlingen hoger kan tillen, met degelijke en voldoende instructie, los van enig dogma of doctrine. Waardevolle elementen uit vernieuwingsbewegingen én waardevolle elementen die reeds veel langer in het onderwijs aanwezig zijn kunnen best de basis vormen van een toekomstgericht en degelijk onderwijs waarbij dure inhaalbewegingen of bijlessen, voor leerlingen of leerkrachten, minder noodzakelijk zijn.

Trudo Herman is een polyfoon gekweekte antieke lesgever, geboren en getogen in een muzikaal onderwijsnest. Vader, moeder, broer, zus, ooms, tantes, neven, nichten en vrienden waren werkzaam in het Vlaamse onderwijs en dat is Trudo nog steeds, voor de 42e keer voor de klas in de Vrije Centrumschool Zuid op campus Klein Seminarie te Roeselare. Hij kreeg zijn tweejarige opleiding tot onderwijzer aan de toenmalige normaalschool te Torhout en werd daar onder andere geïnspireerd door pedagoog Raf Feys, hoofredacteur van Onderwijskrant. Tijdens zijn loopbaan behaalde hij verder het diploma Hogere Opvoedkundige Studiën. Eén van Trudo’s voornaamste hobby’s is lesgeven.

Geef een reactie

58 − 48 =

Translate »