Beleid, Kwaliteit, PO, VO

Het hoge aantal dyslexieverklaringen in het VO nog steeds niet onderzocht

Claire Tjoe-Fat en Gene Goodman van de Nationale Balletacademie in Amsterdam

Claire Tjoe-Fat en Gene Goodman van de Nationale Balletacademie in Amsterdam

De ambitieuze directeur-generaal van de onderwijsinspectie bleek wel erg welwillend in haar conclusies. Ons onderwijs is prima, kijk maar naar de OESO beoordelingen; het vertoont hoogstens wat haarscheurtjes: het lerarentekort, de niet afnemende kansenongelijkheid, het hoge percentage laaggeletterden en het hoge aantal afgegeven dyslexieverklaringen in de bovenbouw van de HAVO. Verder was het aanbod op De Staat van het onderwijs-dag (SVHO) rijk. Maar echt nieuws, positief of negatief, sprong er niet uit. Het NOS-journaal opende met het item dat scholen met veelal leerlingen met een migratieachtergrond moeilijker aan leerkrachten kunnen komen. Een leuke juf uit een school in Amsterdam ZuidOost  beaamde dit, maar had er zelf (nog?) geen last van.

Inspectie doet niets aan het grossieren in dyslexieverklaringen in het VO.

Een interessant onderzoek dat plaatsvond binnen de Staat van het Onderwijs (SVHO) ging over dyslexie. Anna Bosman had gelijk.  Veel “dyslexie’ gevallen worden veroorzaakt door slecht lees-spellingsonderwijs, al durft men deze conclusie in de samenvatting van het inspectieonderzoek merkwaardigerwijs niet te trekken.  De onderzoekers stellen namelijk dat er geen directe (lineaire) relatie is gevonden tussen het aantal dyslexieverklaringen en de kwaliteit van lees- en spellingonderwijs.  Er zijn hierbij te veel actoren in het geding meent men.  Om hier achter te komen zou longitudinaal onderzoek nodig zijn.
In haar spraakmakende presentatie op ResearchED 2017 sprak professor Anna Bosman haar verbazing uit over de spectaculaire stijging van het aantal dyslectici, of beter het aantal dyslexieverklaringen, vooral in het voortgezet onderwijs. Daar heeft de inspectie een uitgebreid onderzoek naar laten verrichten door Herman Franssen en Nico Bollen van de onderwijsinspectie. Uit dit gedegen onderzoek bleek dat dyslexie na groep 5-6, waarbij het technisch lezen aan de orde is gekomen, zo’n 3,5% bedraagt; een alleszins redelijk percentage. Bij groep 8 is dit inmiddels ruim verdubbeld naar 7,5% als het gaat om ernstige enkelvoudige dyslexie (EED). Men krijgt die EED-verklaring niet zo maar, daar gaan flinke testen aan vooraf. Dat is begrijpelijk, omdat de behandeling in de basisschoolleeftijd wordt vergoed. De onderzoekers zagen dat op scholen met kwalitatief goed lees- en spellingonderwijs het aantal leerlingen met een EED-verklaring aanzienlijk lager was. Er werd dan gewerkt met streefdoelen, analyse van de resultaten en gedetailleerde, concrete verbeterplannen.

Met name in de hoogste HAVO-klassen is het percentage leerlingen dramatisch gestegen tot 16,7%. Behandeling door een bureau (dat vaak ook de dyslexieverklaring afgeeft) moet meestal door de ouders betaald worden. Wat zijn de oorzaken van deze toch belachelijke stijging? Heeft dit te maken met de studiekeuze en adviezen van de leerlingen/ouders? Is er ook gekeken naar het gemak en ‘genereuze’ manier waarop bepaalde commerciële organisaties met het afgeven van dyslexieverklaring omspringen? Het blijkt dat de inspectie dit niet als haar taak ziet. Dat is een merkwaardige redenering, aangezien de inspectie er wel op moet toezien of er bij examens geen onregelmatigheden plaatsvinden. Leerlingen met zo’n verklaring mogen langer over hun Centraal Schriftelijk Examen doen. Dat het soms heel makkelijk bleek zo’n verklaring te bemachtigen bleek uit een tv-uitzending van Rambam in 2016. Daar komt nog bij dat het kabinet naar aanleiding van de tv-verklaring stelde dat de inspectie moest nagaan hoe de verklaringen worden afgegeven. Er is door de kennelijk zeer verzelfstandigde inspectie wat dit betreft weinig gebeurd.

Zijn het wellicht beter gesitueerde ouders die de behandeling c.q. de verklaring kunnen betalen en waarvan hun kinderen zo dus bevoordeeld worden? Opmerkelijk is in dit verband dat op basisscholen met een hoog percentage kinderen van ouders met een niet-westerse immigratieachtergrond het aantal leerlingen met een EED-verklaring veel kleiner is dan bij scholen waar het merendeel van de ouders van kinderen middelbaar of hoger opgeleid zijn. De samenvattende conclusies komen wat merkwaardig over. Zo zou er geen directe (lineaire) relatie bestaan tussen het aantal dyslexieverklaringen en de kwaliteit van het lees- en spellingonderwijs. Dat lijkt voor het PO op basis van de besproken bevindingen in het onderzoek zeer onwaarschijnlijk.

Ook de invloed van de ouders blijkt met name in VO groot. Een kwart van dyslexieverklaringen wordt afgegeven na aandringen van de ouders. Hier is al jaren iets raars aan de gang. Jammer dat de inspectie niet de gelegenheid heeft genomen om  iets aan te doen aan het ruimhartig afgeven van verklaringen door bureaus die vervolgens dyslexiebehandelingen aanbieden. Het argument dat dit niet binnen hun bevoegdheid ligt, komt als weinig waarachtig over.

Voorbereiden op de toekomst

Een van de kernthema’s bij De Staat van het Onderwijs (SVHO) was hoe bereidt het onderwijs zich voor op de uitdagingen van de toekomst. Naast de globalisering en flexibilisering worden digitalisering en technologisering genoemd. En dat gaat volgens Inspecteur-generaal Vogelenzang best goed. De gemiddelde onderwijskwaliteit is goed, het onderwijs sluit goed aan bij de arbeidsmarkt, we kennen een lage jeugdwerkeloosheid, maar er zijn haarscheuren zoals de toename van laaggeletterdheid,  sociaal-economische segregatie en er is het lerarentekort. Hoe klein zijn die ‘haarscheurtjes’? Dreigen ze groter te worden? Is er een beetje sprake van de Jan Salie geest in een situatie die Potgieter ooit begin 19eeeuw beschreven heeft? Een zekere mate zelfgenoegzaamheid. Wie de SVHO scant komt het woord programmeren alleen tegen in de context van beleid en studieonderdelen in de tijd programmeren. Coding, Computational Thinking etcetera. Informatica wordt genoemd als het gaat om het toenemende lerarentekort en de terugloop voor inschrijving voor de Informatica-opleidingen. Door economen, werkgevers en wetenschappers in Europees verband is al eerder de noodklok geluid. Onze achterstand zal internationaal nog groter worden.

Meer onderzoek

De inspectie maakt zich zorgen over het grote aantal nieuwe scholen met allerlei nieuwe onderwijsconcepten. Werken ze wel? Gaat die vernieuwingsdrang niet ten koste van de kwaliteit? De zorg lijkt terecht, zeker na allerlei debacles als de iPad-scholen, de Iederwijsscholen en de problemen bij de zogenoemde democratische scholen. De VPRO toonde aan dat het vrij makkelijk zou zijn een nieuwe school te starten. Aan die begrijpelijke angst zit wel een gevaarlijk kantje. Men pleit voor meer onderzoek. Dat klinkt menig onderwijskundige en leerpsycholoog uit het diepe zuiden als muziek in de oren. De vraag is of de onderwijswetenschap met hun reuzen in het verleden zo veel heeft bijgedragen aan de vernieuwing en de kwaliteit van het onderwijs. De ouderen herinneren zich nog hoe het enge behaviorisme van Skinner tot ver in de vorige eeuw een stempel drukte op de didactiek. Belonen en straffen, herhalen en practice and drill. De cognitief psychologen hebben zeker bijgedragen tot een ander didactisch klimaat, maar ook hier is behoedzaamheid op zijn plaats. Want wil men meten is wetentoepassen en evidence basedte werk gaan, dan verzeilt men snel in het ‘meetbare gebied’ van toetsen. Hebben we daar in het onderwijs niet een beetje genoeg van? Wordt er via de Centrale Eindtoets en alle voorafgaande toetsen niet genoeg gemeten? De leraren hebben het er maar druk mee en het vak wordt niet leuker van de toets-manie.

Zouden succesvolle reformscholen, zoals de scholen van Maria Montessori, Freinet, Petersen van de grond zijn gekomen als we ze meteen onder het evidence based vergrootglas hadden gelegd? Voorzichtigheid is geboden.

Jan Lepeltak

  1. admin

    Wij vroegen Prof.dr. Anna Bosman, dyslexie-expert, om een reactie:

    Helaas is het geen onderzoeksrapport dat voor een lezer helder maakt waar een aantal van de conclusies op is gebaseerd. De cijfers en statistiek ontbreken, maar ook de onderzoekswijze, het materiaal en de manier van analyseren. Niettemin wordt een belangrijke conclusie getrokken: Er is geen relatie tussen kwaliteit van het onderwijs en het aantal dyslexieverklaringen of het aantal zwakke lezers/spellers. Een uitkomst die ik vreemd vind. Op basis van onderzoek trek ik juist de omgekeerde conclusie. Goed onderwijs voorkomt lees- en spellingproblemen.

Leave a Reply

Thema door Anders Norén