Door Jan Lepeltak

Onlangs was voormalig leraar en onderwijsauteur Lucy Crehan in ons land waar zij in Amsterdam een presentatie verzorgde op het congres Make Shift Happen (MSH). Lucy bezocht in twee jaar scholen in onder meer Oost-Azië en sprak met leerlingen, ouders, docenten en onderwijsbobo’s in Finland, Japan, Singapore, Shanghai en Canada. Het gaat om landen die bekend staan als onderwijstoppers in studieresultaten volgens de PISA-onderzoeken. In haar boek Cleverlands (inmiddels een onderwijsbestseller) beschrijft ze op nuchtere en deskundige wijze haar ervaringen, waarbij ze ook haar twijfels over PISA niet onder stoelen of banken steekt. Al eerder meldden we dat het een bijzonder lezenswaardig boek opleverde.

Wij spraken met Lucy na het MSH-congres in het Amsterdamse Café-Restaurant Dauphine. Bij de voorbereiding zag ik op YouTube een vraaggesprek met haar op BBC-breakfast news.
Lucy oogt jonger, ze praat snel, is spontaan en bijzonder vriendelijk. Ze blijkt zeer geïnteresseerd in wat er in Nederland gebeurt, vooral de activiteiten van Leraren in Actie en de ontwikkelingen rond de Onderwijscoöperatie hebben haar aandacht naar blijkt. Haar interesse wordt verklaard door het feit dat ze al weer werkt aan een nieuw boek waarin de leraar centraal staat. Het verbaast dat ze feitelijk geen journalistieke ervaring heeft, wat je gezien de vlotte stijl en leesbaarheid van haar boek niet zou zeggen.

“Misschien komt het door mijn studie filosofie in Cambridge. Tijdens mijn studie van de analytische taalfilosofen heb ik geleerd zaken systematisch te ordenen en te presenteren”, zegt Lucy monter.

Veel aandacht Top PISA-landen aan opleiding, niveau en werkomstandigheden van leraren
Lucy Crehan heeft drie jaar lesgegeven aan een ‘comprehensive school’ (een soort middenschool) in een achterstandswijk in Londen. Daar gaf ze psychologie (ze heeft psychologie en filosofie gestudeerd). Veel kinderen hadden een gecompliceerde achtergrond. De studieresultaten waren niet erg goed te noemen en het was heel hard werken. Vaak kwam ze pas tegen middernacht klaar met haar correctiewerk en lesvoorbereiding. Ze dacht dat het gewoon bij haar vak hoorde. Wat haar vooral opviel was dat haar inzet voor de leerlingen weinig uitmaakte. Voorts moest ze van haar schoolleiding ook uitvoerige lesplannen maken en toetsresultaten vastleggen. Al die energie ging feitelijk ten kost van de aandacht die ze aan haar achterstandsleerlingen wilde geven. De vraag die haar steeds bezighield was, kan dat niet beter? Zijn er geen onderwijssystemen waarbij de studieresultaten veel beter zijn en die de docent meer ruimte geven om te doen waar hij voor heeft gekozen, namelijk lesgeven en leerlingen helpen, ze gelijke kansen geven, zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen? Crehan koos voor een aantal landen die vanuit PISA-perspectief hele goede resultaten behaalden. Maar hoe betrouwbaar is PISA?
“In het algemeen kun je zeggen dat de landen die het goed doen in PISA veel aandacht hebben voor opleiding, niveau en werkomstandigheden van leraren. Hetzelfde geldt voor leerplanontwikkeling. Je kunt niet altijd automatisch zeggen dat wanneer de PISA-resultaten erg goed zijn dat voor alle scholen geldt. Als je kijkt naar de scholen in Shanghai dan zie je dat er vooraf al een bepaalde selectie plaats vindt. De leerlingen komen uit heel China en alleen welgestelde ouders uit andere delen van China kunnen het zich permitteren hun kinderen naar een school in Shanghai te sturen.”

Singapore een voorbeeld? 
Dat geldt in zekere zin ook voor het vaak bejubelde systeem in Singapore. Een populair reisdoel van georganiseerde reizen van schoolleiders in ons land. Ja, de PISA-resultaten zijn imposant en leraren krijgen veel ruimte. Zij geven 17 uur les per week. Daarnaast hebben ze uiteraard andere taken, als leerlingbegeleiding, lesvoorbereiding, vijf uur administratief werk (best veel) en vier uur per week voor ‘teamwork’.

Crehan stelt op basis van haar ervaringen, maar ook op basis van diverse onderzoeken  (Cleverlands bevat een uitgebreid bronnenoverzicht), twee zaken die ook voor Nederland zeer relevant zijn:

  1. Houd leerlingen met verschillende competenties zolang mogelijk bij elkaar. Laat ze pas op 15-16 jarige leeftijd naar een vervolgschool gaan.
  2. Laat kleine kinderen pas met formeel onderwijs kennismaken als ze er aan toe zijn, dus als ze ca. 7 jaar oud zijn. Laat ze daarvoor lekker spelen (waarbij trouwens ook vaak veel geleerd wordt). Toetsten heeft geen enkele zin als een kind nog niet toe is aan leren lezen. Als het er wat later aan toe is wordt ‘de achterstand’ weer snel ingehaald, blijkt uit allerlei onderzoek.

Maar wat doet Singapore? Daar wordt op basis van een toets in de basisschool op twaalf-jarige leeftijd bepaald naar welke school je moet gaan.  Deze toets is cruciaal voor je verdere schoolcarrière en de rest van je leven. Wat men in Singapore ziet is dat kinderen in het primair onderwijs al op negenjarige leeftijd afhankelijk van hun ‘leervermogen’ in verschillende klassen terechtkomen,.Door deze ‘streaming’ bestaat er naast een topstream voor de heel goede leerlingen ook een ‘stupid stream’ voor de ‘kneusjes’.

In Cleverlands vindt men een ontroerend verhaal over David, een talentvolle leerling, die voor zijn gescheiden blinde moeder zorgt en daardoor het nodige aan onderwijs heeft gemist en dus niet aan bepaalde toetsnormen voldoet. Uiteindelijk lukt het hem toch via bijzondere dispensaties (publiciteit en hulp van de onderwijsminster)  op de lerarenopleiding te komen. De angst voor de examens in Singapore heeft bijna pathologische kanten. Crehan noemt een Singaporees onderzoek uit 2000 waaruit blijkt dat van de kinderen tussen tien en twaalf jaar die voor hun eindtoets stonden meer dan een derde deel banger was voor de toets dan voor een mogelijk overlijden van een van hun ouders! Een op de drie scholieren merkte op dat er momenten waren dat zij zich afvroegen of het nog wel waard was om te leven. Het gaat zover dat voor sommige bijles- en oefencentra voor het eindexamen basisschool men eerst een toets moet maken om te worden toegelaten.

Lucy Crehan waarschuwt voor het zo maar imiteren van Aziatische onderwijssystemen zoals we die zien in Japan en Singapore.

Studiereizen Singapore?
Het onderwijs in Singapore ging jaren uit van het idee dat intelligentie erfelijk bepaald is (aangeboren, dus een kwestie van nature). Het is dus zaak zo vroeg mogelijk een van het kind de intelligentie te bepalen en dan te streamen. Inmiddels wordt er wel gewerkt aan verbeteringen van dit systeem waarvan vooral kinderen uit achterstandsmilieus de dupe zijn. Of, zoals Crehan stelt: “Hoe je het doet op de test als je twaalf jaar bent, hangt niet alleen af van hoe slim je bent of hoe hard je hebt gestudeerd, het hangt ook af van hoeveel geld je ouders konden uitgeven aan privébijles.” Veertig procent van de kinderen uit gezinnen met lage inkomens zakt voor de eindtoets van de basisschool. Er is slechts een beperkt aantal scholen dat deze kinderen opvangt.
Lucy Crehan waarschuwt voor het zo maar imiteren van Aziatische onderwijssystemen zoals we die zien in Japan en Singapore. Het zijn de culturele verschillen tussen oost en west die een belangrijke rol spelen. Wie de vroege streaming vergelijkt met Nederland kan slechts concluderen dat het wat betreft de vroege selectie altijd erger kan. Het APS-IT diensten, de commerciële tak van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum, organiseert in 2018 wederom een studiereis. De deelnemers zijn volgens de website werkzaam op het niveau van College van Bestuur, bestuursleden, bovenschools management, rectoren, landelijke beleidsmedewerkers, adviesorganisaties en overige kwalificerende deelnemers (kwalificerende deelnemers?). Zo staat het op hun site. De volgende studiereizen naar Singapore voor Nederlandse schoolleiders kunnen al weer geboekt worden. Potentiële deelnemers kunnen wellicht eerst het boek van Crehan eens goed lezen.

Betrokkenheid van ouders bij de school is in het Japanse onderwijs heel belangrijk en wanneer die volgens de school onvoldoende is wordt de ouder op het matje geroepen. Zo verwacht men van de ouders dat deze controleren of de leerling zijn huiswerk wel maakt en helpen ze eventueel bij het huiswerk. Ook in Japan spelen testen en toetsten een belangrijke rol. Volgens onderzoek van professor Kenzo Denda (Hokkaido University), lijdt een op de twaalf kinderen in de basisschoolleeftijd, en een op de vier scholieren die op een junior high school zitten, aan klinische depressies. Ook Japan scoort in PISA heel goed.

In Japan is leraar een zeer gerespecteerd beroep. Dat herinner ik me nog van een bezoek in de jaren ’90. De leraar in het PO geeft 17.7 lesuren per week. Dat komt overigens mede doordat de klassen vrij groot zijn. Dat zijn ze in Nederland vaak ook, maar het gemiddeld aantal uren dat een Nederlandse leraar in het basisonderwijs les geeft ligt op circa 23 uur.

Als Lucy moet kiezen voor een school dan kiest ze voor een school in Canada.
“Het is de rol die de leraar speelt, de erkenning van zijn professionaliteit. Als je de leraar echt als professional ziet en je hebt goede mensen voor de klas die ook in het onderwijs willen blijven, dan is dat de sleutel van goed onderwijs. Verder zijn de onderwijscultuur en de ideeën over leren belangrijk“.
Toetsen speelt een belangrijke rol in het onderwijs, stelt Crehan. Maar het gaat vooral om het type toets. Ze blijkt duidelijk een voorkeur te hebben voor wat we formatieve toetsen noemen. Als er daarentegen erg veel afhangt van een toets dan heeft die een negatieve invloed op zowel de docent als de leerling. Leraren gaan dan lesgeven voor de test, wat ten koste gaat van het verwerven van “deep understanding” van onderdelen van vakken.

Weinig ICT gezien
Lucy Crehans aanpak was een mengeling van participerende journalistiek en nieuwsgierigheid. Ze ging niet op uitnodiging van een ministerie naar bepaalde scholen. Soms vroeg ze gewoon aan de poort of ze eens mocht rondkijken of kende ze enkele leerkrachten. Ze logeerde niet in dure hotels maar vaak bij leraren thuis. Zo bouwde ze een vertrouwensband op en kon ze het verhaal achter de statistieken vertellen.

Op de vraag hoe ze tegenover coding en ICT-gebruik staat, antwoordt ze dat ze zich daar eerlijk gezegd niet zo mee heeft beziggehouden. Op de scholen die ze in Azië heeft bezocht zag ze weinig ICT-gebruik. Men gebruikte vooral traditionele whiteboards (dus geen digitale). Alleen in Singapore zag ze op enkele scholen ICT-gebruik.  Maar ze geeft aan: “Eigenlijk was ik best verrast hoe weinig technologie er gebruikt werd op de scholen die ik bezocht. Men gebruikte vooral schoolboeken en soms een ouderwetse projector. Alleen in de scholen in Canada in de provincie Ontario zag ik veel ICT-gebruik.”