Hans Duijvestijn

Elk jaar, als de scholen weer beginnen, is er media-aandacht voor het lerarentekort. Schoolleiders klagen dat het hen de grootste moeite kost om voor elke klas een leraar te kunnen vinden. Na verloop van tijd ebt de belangstelling wel weer weg, maar het probleem doet zich volgend jaar waarschijnlijk in verhevigde mate voor. Hier en daar worden ook wel kanttekeningen geplaatst, zoals bijvoorbeeld in een artikel in Trouw van vorige week.

Trouw, De Verdieping donderdag 2 september 2021

Ondanks het schreeuwend tekort blijken schoolbesturen steeds minder bereid om leraren een vaste aanstelling te bieden. Dit heeft te maken met de verwachte krimp van het aantal leerlingen op de wat langere termijn. Schoolbesturen streven ernaar om een flexibele schil van zo’n 15 tot 20 procent aan te houden, met als gevolg dat uitstekend functionerende leraren na een paar jaar noodgedwongen naar een andere school moeten verkassen, omdat ze niet meer tijdelijke contracten mogen krijgen. Een leraar met een vast contract ontslaan is een dure grap en daar zijn schoolbesturen blijkbaar zo bang voor dat ze liever zoeken naar de laatste leraar, desnoods onbevoegd, die ze nog voor een tijdelijk contract kunnen strikken. In het ergste geval betalen ze de hoofdprijs via een uitzend- of bemiddelingsbureau.

Over de oorzaken van het lerarentekort is er weinig discussie. De algemene opinie is dat het beroep van leraar de laatste decennia heeft ingeboet aan status en financiële aantrekkelijkheid. Dat is begonnen met de verlaging van startsalarissen en het loopbaanperspectief in de jaren negentig van de vorige eeuw waardoor vrijwel alle academici uit het onderwijs verdwenen zijn. De opgelopen achterstand werd nooit meer goedgemaakt. De overheidsuitgaven voor het primair en secundair onderwijs zijn tussen 2000 en 2019 wel bijna verdubbeld. Gecorrigeerd voor inflatie stegen ze met bijna 30 procent, 7,7 miljard in euro’s van 2019. Al in 2016 toonde ik aan dat extra geld voor onderwijs, dat specifiek bedoeld was om 3000 jonge leraren aan te stellen, niet voor dat doel gebruikt werd. https://www.beteronderwijsnederland.nl/vakwerk/2016/01/een-bodemloze-put/  Samen met Frans van Haandel schreef ik in 2017 een blog (door de Onderwijsraad later bekroond als beste blog van dat jaar) waarin we voor het vo berekenden dat er in 2015 naar verhouding (van het aantal leerlingen) 6% minder leraren waren dan in 2002. Ook gingen leraren er in de die periode reëel 2% in salaris  op achteruit. Waar is het extra geld voor het VO gebleven? – Onderwijzerblog (wordpress.com)

In dit licht is het misschien wel begrijpelijk dat politici op dit moment wat huiverig zijn om de oplossing voor het lerarentekort te zoeken in meer geld, want er is geen enkele garantie dat meer geld ook aan de leraren besteed gaat worden. Maar vrijwel niemand durft de olifant in de kamer te benoemen: de mythe dat schoolbesturen het beste zouden weten op welke manier ons onderwijsgeld besteed moet worden. In 1995 kwam het de overheid goed uit om deze mythe de wereld in te helpen. De onderwijsuitgaven liepen immers regelmatig uit de hand en het kwam beter uit om jaarlijks een zak met geld, in de vorm van een lumpsum, over de muur te gooien en de besteding daarvan aan de schoolbesturen over te laten. Schoolbesturen hebben keer op keer bewezen dat ze niet in staat zijn om de juiste prioriteiten te stellen. In een volgende blog zal ik hier wat dieper op ingaan, want de lumpsum heeft een hele reeks van negatieve effecten op ons onderwijs veroorzaakt.

Nog even over het lerarentekort. We lossen het niet op met meer geld, zolang het systeem van bekostiging onveranderd blijft. Dus voorlopig blijft het roeien met de riemen die we hebben. Er is maar een troost: er zullen altijd jonge mensen zijn die graag willen gaan lesgeven. Of ze het ook werkelijk gaan doen hangt van de omstandigheden af. En die omstandigheden bepalen we met ons allen.

Hans Duijvestijn schreef al in december 2919 in KomenskyPost over het lerarentekort.

Hans Duijvestijn is econometrist. Hij werkte o.a. als docent Bedrijfskunde. De laatste jaren doet hij onderzoek naar de effecten van de bekostigingssystematiek in het onderwijs. Hij werkte ook mee aan het televisieprogramma De slag om Nederland van de VPRO. Daarin bekritiseerde hij de geldverkwisting in het mbo en verder publiceerde hij onder het motto: Geld voor stenen in plaats van onderwijs.