Beleid, Kwaliteit, Leerachterstanden, Lerarenopleiding, Politiek, Prakrijk, Primair onderwijs, salaris, VO, Werkdruk

Zoek oplossingen voor het lerarentekort zoals focussen op de basisvaardigheden

Judith Porcelijn

Ze vallen om. De leraren. Bij bosjes.

In mijn vorige artikel sprak ik over de vicieuze cirkel van verantwoordelijkheid. Ik kreeg twee reacties: 1. Gemiep en 2. Het zoveelste voorbeeld van de verziekte inrichting van ons onderwijs. De waarheid ligt ongetwijfeld in het midden, maar het blijft een feit: onder druk van de huidige omstandigheden veel leraren uitvallen, waarvan een aantal helemaal uit het onderwijs verdwijnt. Ik kan me niet voorstellen dat dat allemaal miepen zijn.

Er is – volgens mij – nog meer aan de hand.

  1. Er is een lerarentekort. We kunnen het ons niet veroorloven nog meer leraren te verliezen. De enige acties die de overheid tot nu toe heeft genomen zijn het verlagen van de toelatingseisen op de opleiding en een klein beetje loonsverhoging. De eerste lijkt mij een slechte zaak voor de kwaliteit van het onderwijs en de tweede gaat er m.i. echt niet voor zorgen dat er binnen afzienbare tijd voldoende leraren zijn. Door corona zitten veel leerlingen en leerlingen thuis. Klassen en taken worden overgenomen door de achterblijvers; ze hebben geen keus want er is geen invaller te vinden. 
  2. De werkdruk van leraren is écht enorm toegenomen in de afgelopen 15 jaar. Een leraar heeft vandaag de dag twee keer zoveel taken uit te voeren (meer administratie, meer schoolvakken én de komst van passend onderwijs) als ik – toen ik nog een eigen klas had. Er is geen enkele taak afgegaan en alle taken moeten in dezelfde hoeveelheid tijd uitgevoerd worden. Lijkt mij een simpele rekensom…
  3. Toen de scholen dicht waren konden er veel activiteiten niet doorgaan. Bovendien hebben veel leerlingen achterstanden opgelopen; zowel cognitief en motorisch als op sociaal-emotioneel gebied. Sinds de zomervakantie moeten alle activiteiten én achterstanden in korte tijd ingehaald worden. Een nóg voller rooster en nóg meer werkdruk. 
  4. De schoolresultaten op het gebied van rekenen, spellen en lezen dalen ook al zo’n 15 jaar. Volgens mij is dit te wijten aan het aantal toegenomen vakken in het basisonderwijs in combinatie met het verplaatsen van kennisdoelen van VO naar PO. Er is tegenwoordig gewoon te weinig tijd in een gemiddeld klassenrooster om alle leerlingen de aangeleerde vaardigheden goed in te laten oefenen. Tel daar het toegenomen aantal zorgleerlingen (en de daarmee meegekomen differentiatie) op en het is logisch dat veel leerlingen de einddoelen niet halen. En dan heb ik het nog niet over de belabberde handschriften van middelbare scholieren; gelukkig laten steeds meer scholen de tablets en laptops in de kast en focussen ze weer op het aloude wie schrijft die blijft.

Als ik dit allemaal even bij elkaar optel…

Ik weet echt niet wat het grootste probleem is; het lerarentekort, de hoge werkdruk, de achterstanden of de dalende onderwijskwaliteit. Maar ik heb wel iets bedacht dat alle vier de problemen in één klap oplost. Er is vermoedelijk een wetswijziging voor nodig, maar ach, daar is de tweede kamer inmiddels aan gewend.

Het gaat om simpele keuzes.

  1. Schrap alle vakken die thuishoren bij de ouders (omgaan met geld, gezonde voeding, burgerschap, pimp je fiets en meer van die flauwekul) verleg de focus naar de basisvaardigheden en laat de leerlingen schrijven. Zorg voor meer dan voldoende tijd in het rooster, zodat alle leerlingen goed leren lezen, spellen en rekenen.
  2. Halveer de klassen in het PO. De ene groep gaat ’s morgens drie uur naar school, de andere groep ’s middags; ook drie uur. In de tijd dat leerlingen geen les hebben, kunnen zij misschien sporten en/of creatieve lessen volgen, gegeven door externe partijen in de sport- en cultuursector. In het VO/MBO kunnen ’s morgens online instructielessen gegeven worden (aan grote groepen leerlingen; op basis van vrijwillige deelname) en ’s middags live praktijk-, hulp- en verwerkingslessen in kleine groepen – voor de leerlingen die dat nodig hebben. 
  3. Haal alle administratieve flauwekul en registratiesystemen uit het takenpakket van de leraar. Alleen toetsgegevens moeten bijgehouden worden. De rest draagt niets bij. Besturen en schoolleiders kunnen er echt wel op vertrouwen dat leraren hun werk goed doen. Daar is geen controlemiddel voor nodig.
  4. En ja, oké: verhoog alle salarissen naar HBO-niveau. Zoals het hoort. En verhoog de toelatingseisen van de Pabo/ Lero en zij-instroomtrajecten. Kwaliteit is prioriteit.

Misschien zie ik van alles over het hoofd.

Maar zoals het nu gaat, gaat het niet goed. We moeten echt keuzes gaan maken. Want ze vallen om. De leraren. Bij bosjes.

  1. Hugo Nierstrasz

    Er is hier sprake van onjuiste berichtgeving over de toelatingseisen. Deze worden niet verlaagd. De eisen blijven hetzelfde, studenten krijgen in het voorliggende voorstel dat in consultatie is gegaan een jaar extra de tijd om aan deze eisen te voldoen.

  2. Dat vind ik nou zo’n dooddoener: ‘je gaat niet het onderwijs in om veel geld te verdienen, maar uit intrinsieke motivatie’. Alsof dat een goede reden is om de salarissen laag te houden. Belachelijk natuurlijk voor een beroep dat essentieel is in onze samenleving.

    • Paul Jansen

      Zo bedoel ik dat niet. Je hebt gelijk. Ik vind juist dat het in de discussie over het onderwijs veel te veel om het salaris draait. Dat moet sowieso omhoog. Maar dat is maar een eerste stap. Een minimum voorwaarde maar niet voldoende. Alsof het onderwijs verbetert als de salarissen 10 of 20% omhoog gaan. Dan nog staan lesgevenden iedere dag voor een onmogelijk opgave. Niet door werkdruk, gemeten in uren. Maar door werkdruk, ervaren tussen het willen helpen van kinderen en dat niet kunnen in grote, gevarieerde klassen en enorme administratieve rompslomp.
      Er zijn overigens sterke paralellen met de zorg en met andere beroepen in het publieke domein.

  3. Paul Jansen

    We zullen het hierover snel eens zijn: Je gaat niet voor de klas staan om het geld. Als het salaris 10% hoger wordt, dan ook niet. Je gaat voor de klas staan om immateriële motieven. Samengevat in ‘Je wilt ze wat leren, je wilt ze vooruit helpen in het leven’. En dan vind je jezelf terug in een klas van 30 of meer leerlingen van een grote variatie die je allemaal tot hun individuele optimum moet brengen. Dat hou je een paar jaar vol en dan vind je een andere baan. Die niet zo frustrerend is, die wel voldoening biedt. Daarom is er een leerkrachten tekort.
    Lees het artikel uit Trouw van 8 mei j.l. over het Finse onderwijs waarin de oplossingen helder verwoord zijn.

Leave a Reply

99 − 89 =

Thema door Anders Norén